10 vragen en antwoorden over circulair renoveren.



De aanleiding van deze blog is een wetenschappelijk artikel waarin de onderzoekers antwoord proberen te krijgen op 10 vragen over duurzaam onderhoud van gebouwen. Ik vind de vragen relevant, maar het artikel zelf verouderd.


Daarom vind je in deze blog de vragen, en de antwoorden komen van Clearspin.


Ik vind zelf dat ik de auteurs van het artikel nergens tegen spreek. Ik vul alleen aan, en plaats het in de Nederlandse context. Onder aan de blog vind je de bron van het artikel, zodat je jezelf ook door de taaie Engelse tekst kunt worstelen :-)


1. Wat zijn typische aanleidingen om een gebouw duurzaam te renoveren?


Goede vraag, maar dit is natuurlijk een no-brainer. Gelukkig is de noodzaak van duurzaam renoveren nu echt wel goed aan het doordringen. Alle woningcorporaties zijn nu echt wel bezig met in elk geval woningen isoleren en van het gas halen. Aanleiding hiervoor komt uit verschillende hoeken: bijvoorbeeld de aanstaande huurkorting voor de allerslechtste woningen en de bestrijding van de energiearmoede.


Ik zie in dit proces dat helaas nog veel minder aandacht voor CO2-neutraal bouwen, terwijl het toch echt de bedoeling is dat dit voor 2050 gebeurt. Het argument van de corporaties is dat ze te druk zijn met de korte termijndoelstellingen (isoleren en energietransitie dus). Maar wat mij betreft is het niet of-of, maar en-en.


2. Wat is duurzame gebouwrenovatie eigenlijk?

Ons begrip en definitie van duurzaam en circulair bouwen verandert steeds. We verzinnen ook telkens nieuwe en andere begrippen. En iedereen geeft een eigen definitie aan al die verschillende begrippen. We hebben bijvoorbeeld het begrip duurzaam bouwen. Ooit hadden we ook nog bijvoorbeeld cradle-to-grave. Klimaatadaptief bouwen is ook zo'n mooi woord. Nu spreken we van modulair bouwen, legolisering, en in mijn studententijd heb ik ooit een artikel geschreven over IFD-bouwe (dat ik helaas nergens meer kan vinden). Wat ik maar wil zeggen is dat begrippen en concepten telkens ontwikkelen. En ergens onderweg is circulair het toverwoord geworden. Mij best hoor! Ik vind het vooral heel positief dat zo veel mensen zich bezig houden met het reduceren van de milieu-impact van een gebouw naar nul. Hoe we dat noemen maakt niet zo heel veel uit. Je kunt je afvragen of iedere renovatie niet per definitie duurzaam is. Immers, je “gooit” het gebouw niet weg, maar geeft het een tweede (of derde of vierde) leven. Als je je schoenen “renoveert” en ze een tweede of derde of vierde leven geeft, zal iedereen dat duurzaam vinden. Bij een gebouw is er blijkbaar een verschil tussen duurzaam en niet-duurzame renovatie. (Logisch wel hoor. Je kunt de hele boel strippen, weggooien en nieuwe materialen erin knallen. Je kunt ook de boel zo veel mogelijk ontmantelen, alle kranen, deuren, wasbakken, en andere materialen die nog best goed zijn apart leggen en later gewoon weer herplaatsen. Best een verschilletje). Hoe dan ook, zoals jullie inmiddels ook wel door hebben, beschouw ik duurzaam bouwen en circulair bouwen als 1 geheel. Dat doe ik, omdat de doelstelling van al die begrippen hetzelfde is. Je probeert te bereiken dat een gebouw minder (liefst geen) impact meer heeft op het milieu. Daarbij kijk je naar de gehele levenscyclus van een gebouw. Ik geloof ook helemaal dat dat meer is dan alleen techniek, maar dat je mensen, techniek, en geld met elkaar in balans moet brengen. (Leer hier binnen een minuut wat levenscyclusdenken is).



3. Wat zijn de belangrijkste stakeholders van een duurzame gebouwrenovatie?

Hierbij moet je onderscheid maken in de vraag- en aanbodzijde van de gebouwrenovatie.


Aan de vraagzijde heb je de eigenaren en de gebruikers. Vaak verschillen de eigenaren en gebruikers van elkaar. Bijvoorbeeld: veel woningen zijn in bezit van een woningcorporatie, maar worden gebruikt door de bewoners. Over de vraagzijde noem ik al een tijdje het argument dat een van de voordelen van modulair bouwen is dat we over dertig jaar ofzo weer heel andere groepen op andere plekken kunnen huisvesten dan we nu doen. Ten eerste zijn we nu bijvoorbeeld veel voor ouderen aan het bouwen, die er over dertig jaar niet meer zullen zijn. Dan hebben we weer andere doelgroepen te huisvesten (kunnen we al een beetje voorspellen he?). Ook worden gezinnen nu steeds kleiner, maar straks misschien juist weer groter, of wordt community-wonen weer hip. Dat weten we nu nog niet, maar met modulair bouwen klikken we de bestaande woningen gewoon op een andere manier in elkaar die past bij de doelgroepen van dat moment. Ten tweede kunnen we met modulair bouwen onze woningen die we nu in polders bouwen (onder zeeniveau), als het straks nodig is makkelijk verplaatsen naar de drogere gebieden. Ik krijg deze argument telkens niet echt over de bühne. Ik ben wel erg benieuwd wat jij denkt!


Aan de aanbodkant heb je natuurlijk de aannemers, onderaannemers en leveranciers. Ook die partijen kunnen worden vertegenwoordigd door adviseurs, managers en administraties.

Wat ik zelf een heel leuke vind aan de aanbodkant, is dat de rol van de sloper heel erg verandert. Vroeger was de sloper niet echt onderdeel van de keten. Nu we materialen steeds meer laten circuleren, wordt de sloper veel meer integraal onderdeel van de keten. Slopers hebben kennis en netwerk om instroom van materialen te organiseren ( Als je bijvoorbeeld een dak wil isoleren, kun je een sloper bellen die een partij isolatiemateriaal uit een donorgebouw heeft liggen). Als je een gebouw wil slopen, regelt een sloper de uitstroom van materialen. Keramiek, deuren, kranen, isolatiemateriaal, en tegenwoordig zelfs glas worden ontmanteld, en opnieuw gebruikt. Die materialen vertegenwoordigen een waarde die voor de woningcorporatie interessant is.


4. Wat zijn de kenmerkende verschillen tussen duurzame gebouwrenovatie en (al dan niet duurzame) nieuwbouw?

Er zijn natuurlijk verschillen tussen renovatie en nieuwbouw die niet zo veel met duurzaam te maken hebben. Bijvoorbeeld, bij duurzame gebouwrenovatie is sprake van een bestaand gebouw, en in het ontwerp van de renovatie moet je rekening houden met die bestaande situatie, zoals de technische staat en de ontwerpprincipes waarmee het bestaande gebouw is ontworpen. Bij renovaties moet je de bestaande structuur van het gebouw soms openbreken, waardoor je voor verrassingen komt te staan.


Maar het belangrijkste verschil wat mij betreft is dat je bij duurzame renovatie te maken krijgt met uitstroom van materialen. Bij renovatie worden soms gevels gestript, badkamers verwijderd, ketels vervangen door warmtepompen, noem maar op. Je moet dan dus nadenken wat je met al die materialen gaat doen. Kunnen ze hergebruikt worden in de huidige vorm? Moet het misschien onverhoopt toch gedowncycled of weggegooid? Dat is best een lastig vraagstuk, waar ik altijd ook een sloper (ontmantelaar) zou bij betrekken. Zij hebben daar veel ervaring mee als het goed OF ze willen die ervaring graag opdoen.


5. Welke fases, aanbestedingsprocedures en organisaties ontstaan er meestal bij duurzame gebouwrenovaties?

Veel fases van een duurzaam renovatieproces verlopen hetzelfde als een niet-duurzaam renovatieproces, namelijk initiatief, ontwerp, bouw, en oplevering (De auteurs van het artikel vergeten de belangrijkste fase te benoemen, namelijk de gebruiksfase. Maar dat geeft niet. Ik voeg het zelf gewoon even toe).

De belangrijkste verandering zit in de sloopfase. Idealiter verdwijnt de sloopfase in zijn geheel. In plaats daarvan komt er een "ontmantelfase". Na de ontmantelfase volgt tijdelijke opslag van de materialen en montage in een nieuw gebouw.


6. Welke nieuwe vormen van ketensamenwerking ontstaan er ten bij duurzame gebouwrenovatie?

Over het algemeen geldt dat hoe complexer het project is, hoe intensiever er samengewerkt moet worden. Bij circulair renoveren moet je dus echt denken aan strategische partnerships. Aanbesteden op laagste prijs werkte al niet meer, en in dit type gebouwen al helemaal niet.

Bij circulaire renovaties is een van de belangrijkste dingen dat je je ketensamenwerking goed inregelt. Hier is vrijwel iedereen het over eens. In de meeste voorbeelden die ik heb gezien, selecteert de opdrachtgevers ketenpartners op basis van visie en ambitie (en dus niet op de laatste prijs). Ketenpartners schrijven zich als keten in op de aanbesteding. Bijvoorbeeld, een hoofdaannemer, een architect, en een sloper bedenken samen een concept en presenteren dat aan de opdrachtgever. Op die manier selecteert de opdrachtgever dus de juiste ketenpartners. Lees hier meer over dat proces.


7. Welke tools zijn er om de ambities en doelen van duurzame gebouwrenovatie te bepalen en te evalueren?

Deze vraag kun je op vele manieren opvatten. The ultimate answer is natuurlijk dat er geen milieu impact meer is: dus als de aarde gezond is, is de missie geslaagd. Maar dit is natuurlijk een beetje een flauw antwoord.


Op projectoverstijgend niveau speelt bestuur, en de afdeling beleid en strategie natuurlijk een belangrijke rol in het bepalen van de koers.


Op projectniveau denk ik dat de ambities van de opdrachtgever en de ketenpartners aan het begin van het project leidend zijn in de evaluatie. Hierin staat idealiter ook weer iets beschreven over de bewoners, techniek (milieu-impact), en financiële uitgangspunten.


Assetmanagers vormen een belangrijke schakel tussen die twee.


8. Hoe kunnen de milieuprestaties gemeten worden?

Die lijst met evaluatietools is natuurlijk eindeloos.


Met betrekking tot techniek zijn de bekende tools bijvoorbeeld, EPG (Energie Prestatie Gebouwen) en de MPG (Milieu Prestatie Gebouwen). Gek genoeg spreken de EPG en de MPG elkaar op sommige punten een soort van tegen. Voor een hoge energieprestatie is veel isolatie nodig. Maar veel isolatie betekent veel materiaal en dus een lagere milieuprestatie. De basis van la die tools is de Life Cycle Analysis (LCA-) gedachte. We zijn het met zijn allen nog lang niet eens welke manier het beste is. Lees bijvoorbeeld deze blog, waarin blijkt dat de resultaten van verschillende LCA-studies enorm verschillen. Maargoed, een MPG is denk ik een goed uitgangspunt.


Met betrekking tot geldstromen is een goede bedrijfswaardeberekening een must. Je rekent met alle geldstromen van initiatief tot en met ontmanteling. En in deze blog beschrijf ik de vier belangrijkste kostenposten van de levensduur van een gebouw.


Er bestaat ook zoiets als een sociale life cycle analysis. Daar heb ik persoonlijk nog nooit mee gewerkt. Hier lees je er meer over.


9. Welke institutionele factoren stimuleren of remmen duurzame gebouwrenovatie?

Dit is een heel interessante vraag. Ik ben hier onlangs met een onderzoekgroep uitgebreid op ingegaan. Het antwoord: het is afhankelijk van wie je het vraagt. We hebben met die onderzoeksgroep verschillende categorieën geformuleerd. We identificeerden remmende factoren, maar ook (potentiele) versnellers, in de volgende categorieën: financiën, tijdgebonden, organisatorisch, wetgeving, sociaal-cultureel, en branche-gerelateerd.


Veel versnellers (maar ook belemmeringen) zijn contextafhankelijk. Zo blijkt de huidige energiecrisis een enorme versneller te zijn.


10. Wat zijn typische concepten die met duurzame gebouwrenovatie te maken hebben?

Er zijn natuurlijk talloze technische innovaties. Zonne- en windenergie worden steeds geavanceerder (maar ook bekritiseerd), verschillende soorten circulair isolatiemateriaal (Zoals bijvoorbeeld spijkerbroeken, lees hier meer daarover).

BRON: Jensen, P. A., Maslesa, E., Berg, J. B., & Thuesen, C. (2018). 10 questions concerning sustainable building renovation. Building and Environment143, 130-137.